Donderdag, 18 oktober 2018

Resistente rassen als onderscheidende factor

Met de groeiende biologische markt en de steeds strenger wordende regelgeving rondom bestrijdingsmiddelen, is het ontwikkelen van gezonde rassen met een hoge resistentie hét speerpunt van BASF. Zo ook bij het Nunhems spinazieteam, dat net als veel andere gewassen te kampen heeft met valse meeldauw. Door een sterk veredelingsprogramma loopt BASF nu voorop in de biologische markt in Amerika. Philip Simons, hoofdveredelaar spinazie, en zijn assistent Birgit Eickmans vertellen erover.
Philip Simons.
Valse meeldauw: steeds meer varianten
Augurk, ui, sla en spinazie: het zijn slechts enkele van de gewassen die last hebben van valse meeldauw. Onze veredelingsteams werken daarom hard aan het ontwikkelen van rassen die resistent zijn tegen zo veel mogelijk, en het liefst alle, varianten die er zijn. Een flinke uitdaging, zeker in het geval van spinazie. Bij dit gewas waren er 20 jaar geleden nog slechts 4 zogenoemde fysio’s (varianten van valse meeldauw), maar inmiddels staat de teller op 17. “Het is de laatste tien jaar echt geëxplodeerd!’ aldus Philip Simons.

Markt in de VS
Sinds de opkomst van fysio 16, een fysio van valse meeldauw die nog niet in Europa voorkomt, maar wel in Amerika, is BASF sterk vertegenwoordigd in de biologische teelt in de VS. Birgit Eickmans, die al vier jaar in het veredelingsteam spinazie werkt, vertelt: “Met onze Hydrus F1 waren we de eerste die een ras op de markt bracht dat resistent was tegen alle fysio’s (Pfs 1-16). Dat lukte andere veredelaars pas een jaar later.”

Sterke connectie met de markt
De meeste nieuwe fysio’s van valse meeldauw ontstaan in Amerika. Simons vertelt: “Omdat het biologische segment daar groot is, heeft de schimmel eigenlijk vrij spel om zich te ontwikkelen. Dat maakt Amerika een uitdagende en dynamische spinaziemarkt. Onze focus op resistentie heeft ervoor gezorgd dat we daar de afgelopen jaren flink zijn gegroeid. We hebben een behoorlijk sterke connectie met de markt opgebouwd, en die wordt ook steeds sterker.”
Birgit Eickman.
Race tegen de klok

Philip Simons: “Zodra er een mogelijk nieuw fysio wordt ontdekt, krijgen we van onze sales-collega’s direct een sample om ermee te gaan testen in het lab. We onderzoeken dan of het echt een nieuwe fysio is. Dat doen we uiteraard in quarantaine. Er zijn namelijk verschillende fysio’s uit Amerika die in Europa nog niet voorkomen. Het duurt meestal zo’n twee jaar voor de International Working Group Peronospora (IWGP) een nieuwe fysio benoemd heeft, maar wij zitten in die tijd zeker niet stil. Het is steeds een race om al zo vroeg mogelijk met een of meer rassen te komen die resistent zijn tegen een nieuwe fysio.”

De juiste focus
Birgit Eickmans: “Als team zijn we trots op wat we de afgelopen jaren bereikt hebben op het gebied van resistenties. Van de 20 spinazierassen die we nu op de markt hebben, zijn er 10 volledig resistent tegen de fysio’s 1 tot en met 17. Ter vergelijking: concurrerende bedrijven hebben er daar maar 1 tot 3 van. Mooi dat je dat kunt bereiken met de juiste focus!”

Toekomst
Over hun dromen voor de toekomst zijn Simons en Eickmans eensgezind: “Een uniform spinazieras met een gigantische opbrengst, dat resistent is en geschikt voor alle segmenten!” Tegelijk zijn ze ook realistisch. Simons: “Een ideaal ras komt er nooit. Wel doen we hard ons best om zo ver mogelijk in de buurt te komen. Al staat resistentie bij ons absoluut op nummer 1 – en misschien zelfs ook wel op nummer 2: we vergeten de andere factoren zeker niet. We proberen onze genetica zo breed mogelijk te houden om ook een goede gebruikswaarde te behouden en door te ontwikkelen. Rassen die snel groeien, een goede opbrengst hebben en een mooi gevormd blad met de juiste kleur en dikte. Dat gaat hand in hand.”

Samen resultaten bereiken

Hoewel Simons en Eickmans een groot deel van hun werktijd achter de computer doorbrengen, genieten ze het meest van het veldwerk. Simons: “Het allerleukste aan mijn werk vind ik om vanuit de veredeling commercieel bezig te zijn. Er is toch wel een duidelijke competitie: iedereen wil goede, resistente rassen ontwikkelen.” Eickmans vult aan: “We zijn bijvoorbeeld regelmatig te vinden op het veld bij klanten. Als dan een klant tegen je zegt ‘dit heb ik nodig’, en je kunt enkele jaren later terugkomen met de boodschap dat het is gelukt, dan is dat supermooi.” Simons sluit zich daarbij aan: “Dat geeft echt voldoening en motivatie om steeds weer een stap verder te gaan. Je doet het tenslotte voor de klanten.”

Landen

Landen

Zoeken